De Processie van Echternach is een optocht die
elk jaar op de dinsdag na Pinksteren gehouden wordt in de Luxemburgse stad Echternach. Deze katholieke processie wordt al sinds de Middeleeuwen gehouden. In deze optocht wordt
Sint-Willibrordus herdacht die in 698 de Abdij van Echternach stichtte.
Sint-Willibrordus wordt door gelovigen gezien als genezer van de
Saint-Guy-kwaal oftewel epilepsie.
De processie werd in 2010
opgenomen in de
Orale en Immateriële werelderfgoedlijst van UNESCO.
De optocht begint bij de brug over de rivier de Sûre.
Hier wordt een korte H. Mis
gehouden. Hierna trekt de stoet naar de
Sint-Willibrordusbasiliek van de abdij van Echternach.
Tijdens de optocht zijn de deelnemers aan elkaar vastgemaakt met
witte zakdoeken en springen zij in de maat van de processiemars
naar voren, afwisselend op hun linker- en rechtervoet. Dit is in
1947
zo ingesteld omdat het voormalige ritme (drie stappen naar voren en
twee terug) voor te veel chaos zorgde.
Aangekomen bij de basiliek gaat de stoet naar binnen en danst rond de
crypte van Sint-Willibrordus.
Echternach (Luxemburgs: Iechternach) is de oudste
stad in Luxemburg, gelegen aan de Sûre of
Sauer aan de oostgrens van het groothertogdom. De abdij
in de stad werd in 698 gesticht door Willibrord. Echternach is een belangrijke toeristische trekpleister waarin regelmatig het
aantal toeristen het inwonertal overtreft.
De naam van de stad wordt in 706 geschreven
als Epternacus. De naam is mogelijk afgeleid uit de
persoonsnaam Epternus en het achtervoegsel -(i)acum. Deze
(gereconstrueerde) naam werd gevonden op een grafsteen uit de
eerste eeuw na Christus binnen de stad, doch er
bestaan twijfels over. Op de steen zou slechts -ternus te
lezen zijn geweest. In de Frankische tijd werd op deze plaats een
abdij gesticht.
Centraal in de stad ligt het historische stadhuis in gotische
stijl uit de 15e eeuw. In Tweede Wereldoorlog werd Echternach zwaar
gebombardeerd waardoor een groot deel van de stad werd
verwoest.
In Echternach is ook de abdij van Echternach te vinden met
daarin het graf van de heilige Willibrord. De Engelse monnik Willibrord kwam naar Echternach
vanuit Nederland en België en bouwde in het stadje onder bescherming van
Plectrudis, de eerste vrouw van Pepijn van Herstal, en haar moeder
Irmina van Oeren de grote abdij van
Echternach. In het klooster zijn nu een school en kantoren te
vinden.
Sinds de Middeleeuwen vindt op dinsdag na Pinksteren jaarlijks de Processie van Echternach plaats ter
ere van Willibrord. De deelnemers van deze processie van
Echternach, ook wel de springprocessie genoemd, zijn aan elkaar
vastgemaakt met witte zakdoeken en springen in de maat van de
processiemars naar voren, afwisselend op hun linker- en
rechtervoet. Dit is in 1947 zo ingesteld omdat het toenmalige ritme
(drie stappen naar voren en twee terug) voor chaos zorgde. De
heilige Willibrord gold als een genezer van de Saint-Guy-kwaal:
epilepsie.
Ten zuiden van de stad is het meer van Echternach te vinden met
restanten van een Romeinse villa.
La procession dansante d’Echternach est
un cortège religieux qui a lieu chaque année, le mardi de la
Pentecôte, dans la ville luxembourgeoise d’Echternach.
Sur la mélodie qui ressemble à une polka, les participants avancent, en sautant en
rangées, à travers les rues de la ville, pour arriver à la
basilique, où se trouve la tombe de
saint Willibrord. Cette procession, qui attire
chaque année des touristes de tous les pays voisins du Grand-Duché de Luxembourg et
aussi beaucoup d'évêques, est un événement à caractère
international. Comme les danseurs, dans le temps, avançaient de
trois pas, pour reculer ensuite de deux pas, elle est à l'origine
de l’expression : « Avancer au pas
d'Echternach ».
Echternach (luxembourgeois : Iechternach)
est une ville du Luxembourg d’environ 5 300
habitants et le chef-lieu de son canton dans le district de Grevenmacher, le long de
la vallée de la Sûre marquant la frontière avec la Rhénanie-Palatinat allemande.
Elle est surtout connue pour son abbaye et sa procession dansante du
mardi de Pentecôte.
La basilique Saint-Willibrord fut édifiée au XIe siècle à l’emplacement
d’une église carolingienne dont elle conserve la crypte.
Détruite en grande partie en 1944 lors de la bataille des Ardennes, elle a retrouvé,
après sa reconstruction, son allure d’origine. Dans la
crypte, une châsse néogothique en marbre surmonte le sarcophage en
pierre contenant les reliques de saint Willibrord. La voûte en berceau du
chœur présente des vestiges de fresques illustrant des scènes
de la vie de la Vierge.
A
postcard or
post card is a
rectangular piece of thick paper or thin
cardboard intended for writing and mailing without
an
envelope. Shapes other than rectangular may also be
used. There are novelty exceptions, such as
wood postcards, made of thin wood, and copper
postcards sold in the
Copper Country of the U.S. state of
Michigan, and
coconut
"postcards" from tropical islands.
In some places, one can send a postcard for a lower fee than for
a letter. Stamp collectors distinguish between
postcards (which require a stamp) and postal cards (which have the postage pre-printed
on them). While a postcard is usually printed by a private company,
individual or organization, a postal card is issued by the relevant
postal authority.
The world´s oldest postcard was sent in 1840 to the writer
Theodore Hook from Fulham in London, England.
The study and collecting of postcards is termed deltiology.
La carte postale est un moyen de correspondance écrite qui se présente sous la
forme d´un morceau de papier
cartonné rectangulaire, de dimensions variables (le format
le plus courant est le format A6, soit
10,5 × 14,8 cm), envoyé
sans enveloppe, l´adresse et l´affranchissement y
étant porté directement, aux côtés du message.
Een ansichtkaart (ook ansicht of
prentbriefkaart) is een kaart met op de ene zijde
een afbeelding. In de eerste tijd, eind
negentiende eeuw, noemde men het ook wel
aanzichtkaart. Het woord is ook een verkorting van het
Duitse Ansichts(post)karte.
Veel ansichtkaarten worden verstuurd tijdens de vakantie. Men wil de thuisblijvers laten zien hoe
mooi de plek is waar men naar toe is gegaan. De kaarten worden ook
als groet of wens (bijvoorbeeld als kerstgroet of nieuwjaarswens)
gestuurd.
De ontwikkeling van de ansichtkaart begint in de loop van de
jaren tachtig van de 19e eeuw, toen de postwet in
zowel Oostenrijk als Duitsland zo werd aangepast dat het monopolie
op het uitgeven van postkaarten kwam te vervallen. In de loop van
de jaren negentig van de 19e eeuw begon de de
prentbriefkaart vooral in Duitsland aan een grote opmars, omdat ze
veel werden verzameld. Bij de oorspronkelijke ansichtkaarten was de
hele achterkant gereserveerd voor de adressering. Men noemt deze
kaarten voorlopers. Tot 1905 mocht in
Nederland de achterkant van een prentbriefkaart alleen gebruikt
worden om naam, adres en woonplaats op te schrijven. Het verzonden
bericht bestond dus uit weinig meer dan de afbeelding, want het was
niet toegestaan om iets op de voorkant te schrijven. Dit had te
maken met de lage frankeerwaarde. Het verzenden van kaarten met een
bericht was veel duurder.
Kort hierna begonnen andere landen met het introduceren van een
gedeelde achterkant. Bij deze kaarten is de achterzijde in tweeën
gedeeld: de rechterhalf is bestemd voor het adres, dat op
voorgedrukte lijntjes kan worden geschreven, en links is ruimte
voor een bericht. Zo kon de zegetocht van de ansichtkaart als
communicatiemiddel beginnen. De voorzijde werd nu exclusief bestemd
voor het beeld.